Sign up with your email address to be the first to know about new products, VIP offers, blog features & more.

Want niets dat dieper mij beroert dan rozen

“’t Is in den grond dat men de diamanten vindt;
tant pis voor wie ons onder den grond niet volgen kan.”

 

 

Want niets dat dieper mij beroert dan rozen.

Een versregel van Karel van de Woestijne. Mooi, denk je, maar waar blijft de rest? Er is geen rest, er komt geen vervolg. Dit is het volledige gedicht. Hiermee moeten we het doen. Waarom dat zo is, probeer ik je kort uit te leggen.

Dit gedicht staat in Substrata, een experimentele bundel die in 1924 gepubliceerd werd bij De Sikkel en die alleen bestaat uit korte, sterk metaforische gedichten zoals

Waarom te weenen in dit steenen woud?
Gij zult regeeren als gij weet te lachen

of:
Verloren tijd, hoe schoon vind ik u weêr,
Waar elk herinnren wordt een nieuw verlangen.

of nog:
De zee bedwelmt me als kirsch-gedrenkte perzik:
Al ben ik duister, ‘k zet me glanzend uit.

Experiment

Wat is er zo bijzonder aan dat poëzie-experiment? Om dat beter te kunnen uitleggen, moet ik je even meenemen naar Van de Woestijnes kladjes. In eerste instantie noteert hij in een notitieboekje of agenda 1 of 2 versregels. Daarop volgt vaak het geraamte voor de rest van het gedicht: het begin van een of meer volgende regels of rijmwoorden voor een of meer nieuwe strofen. Geleidelijk aan wordt alles verder uitgewerkt en ingevuld.

Inspiratie

Tussen zeg maar 1917 en 1921 beslist Van de Woestijne om iets radicaal anders te proberen. Dat is geen bevlieging. Al jaren is hij gefascineerd door het concept van de ‘zuivere poëzie’, ‘la poésie pure’, of beter ‘le vers pur’. Voor hem is dat een vers dat ontstaat uit een zintuiglijke aandoening, zonder tussenkomst van de rede. Anders gezegd: iets dat rechtstreeks uit het onderbewustzijn opborrelt. Hij noemt dat ‘het schoone, onwillekeurig uit ons opgerezen beeld.’ Vroeger zou men van goddelijke inspiratie gesproken hebben.

Transpiratie

Normaal gezien werkt hij zo’n beeld verder uit tot een gedicht. Daar komt dan ‘ordening en schifting’ bij te pas. Transpiratie dus. Eén keer in zijn leven ziet Van de Woestijne daarvan af. Een keer poogt hij om verzen te schrijven die zo dicht mogelijk bij de zuivere inspiratie aanschurken, gedichten waarin sterke beelden de essentie zijn. Dat is de bundel Substrata.

Volgens Van Dale betekent ‘substraat’ onder meer ‘grondlaag, datgene waarop iets berust’. Dat sluit mooi aan bij de visie van Van de Woestijne. In een brief aan zijn vriend Firmin van Hecke schrijft hij over zijn nieuwe gedichten:

“Die verzen vooral bewijzen, geloof ik, dat ik meer in diepte dan in uiterlijke schittering gewonnen heb. ’t Is in den grond dat men de diamanten vindt; tant pis voor wie ons onder den grond niet volgen kan.”

De poëzie van Karel van de Woestijne is opgenomen in de literaire canon van de KANTL (Koninklijke Academie voor Nederlandse taal en letteren).

 

 

 

 

 

Nog geen reacties.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *