Sign up with your email address to be the first to know about new products, VIP offers, blog features & more.

“Al de rest hier op de wereld, is toch maar brol, weitet, maar echte, echte brol.”

Karel en ik, memoires van Gustave van de Woestyne

Wat doet een mens in Coronatijden in zijn kot? Overleven. Maniakaal het nieuws volgen. Iets te veel snoepen. Koken. Schoonmaken (niet maniakaal). Wandelen, fietsen, lopen. Aan zijn geliefden denken en hopen dat ze niet ziek worden. Meelijden met de zieken, meetreuren met de treurenden. En lezen… Dat vooral.

Tijdperk van de Tovenaars

Op mijn nachtkastje ligt nog een stapel onaangeroerde boeken. Eindelijk heb ik nu tijd om daar mijn tanden in te zetten. Momenteel lees ik Het tijdperk van de tovenaars van Wolfram Eilenberger. Een boek over de filosofen Wittgenstein, Heidegger, Benjamin en Cassirer. Een wonderbaarlijke mengeling van biografie en filosofie. Het boek leest als een trein. Voor mij is het samen met 1942 (Herman Van Goethem) het non-fictieboek van het jaar (al loop ik dan misschien een jaar achter ;-).

 

Stukgelezen

Tijd ook om terug te grijpen naar mijn lievelingsboeken. Een van mijn echte darlings is Karel en ik. Herinneringen van Gustave van de Woestyne, uit 1979. Het boekje hangt met haken en ogen aan elkaar. Ik heb het echt stukgelezen, toen ik aan mijn biografie over Karel van de Woestijne werkte.
Goed dus dat er tegen de zomer bij Davidsfonds Uitgeverij een nieuwe editie van het boek komt.

Waarom het mij zo aanspreekt? Ik laat je een fragment lezen of bekijken waarin Gustave zijn vriend Valerius de Saedeleer citeert. Ik hoop dat ik ook jou daarmee over de streep trek.

 

“Werken heb ik altijd een echte schande gevonden, weitet, en vernederend.”

“Hewel, gij weet dat ik tot hiertoe, nooit, maar nooit naar de kerk geweest ben en dat ik van socialist, anarchist geworden ben, en van anarchist terug socialist. Werken heb ik altijd een echte schande gevonden, weitet, en vernederend.’

Karel [van de Woestijne] zegde: ‘Ge zult werken in het zweet uws aanschijns!’

Hewel, Charles, ik vind het echt vernederend, weitet. Maar ‘k wil de sacrifice doen en ‘k wil me later aan het werk zetten. En door mijn werk zal ik mij imposeren, weitet Charles. Door mijn kalm leven hier aan de Leie, bij de boeren en de beesten; door de kalmte van deze brave boeren en hun beesten ben ik aan het denken gegaan. Ik heb bij mezelf gedacht dat er misschien wel iets moet bestaan, dat er toch wel een God is, weitet. Vroeger heb ik er nooit aan gedacht, Charles. Nu word ik door dat gedacht bezeten, weitet. ‘k Heb er reeds over gesproken aan Clementine, en ze is van mijn gedacht. En nu, kalm, heel kalmkens voortleven en wachten tot wanneer ik de gratie zal krijgen, ‘tgeen ik uit de grond van mijn hart wens, Charles. Al de rest hier op de wereld, is toch maar brol, weitet, maar echte, echte brol.”

 

Nog geen reacties.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *