Sign up with your email address to be the first to know about new products, VIP offers, blog features & more.

Writer in residence in Tŷ Newydd

6 tot 26 november 2017 : een beetje Prince of Wales zijn…

De draak, het symbool van Wales

Kloostercel of koffiebar?

Een writers’ residence: hoe begint zoiets? Vrijdag 28 april 2017: ik vind een bericht van Passa Porta in mijn mailbox met het overzicht van de plekken waar Vlaamse schrijvers in 2017-2018 heen kunnen om in alle rust aan hun nieuwe projecten te werken. Mijn oog valt meteen op Tŷ Newydd, Wales.

Nog nooit in mijn leven trok ik mij terug op een afgelegen schrijfplek. Niet meteen behoefte aan. Ik hou van de drukte van het volle leven om me heen en verkies een koffiebar boven een kloostercel.

The Library Lounge, mijn ‘werkkamer’ in Ty Newydd

Toch kandideer ik. Waarom? Ik heb een plan. Mijn volgende roman zal zich in Wales afspelen, tussen de vluchtelingen die daar in de Eerste Wereldoorlog terechtkwamen. De belevenissen van Gustave van de Woestyne, Valerius de Saedeleer en George Minne in Aberystwyth en omstreken brachten mij op het idee. Een roman die zich in Wales afspeelt, kun je moeilijk schrijven zonder er zelf geweest te zijn.

Ik stel een dossier samen en geef de redenen op waarom ik in de sombere novembermaand absoluut naar Tŷ Newydd wil. Dan is het gewoon afwachten. Ik tracht Wales even uit mijn hoofd te zetten. Op 5 juli 2017, de dag waarop ik met vakantie naar het zuiden vertrek, jubelt mijn mailbox. Berichten van Passa Porta, Flanders House en Tŷ Newydd. Ik ben geselecteerd!

Al snel wordt duidelijk dat ik deel uitmaak van een groter plan. Op donderdag 9 november, bij het begin van mijn residentie, wordt in Cardiff een Flanders-Wales symposium georganiseerd, een van de activiteiten waarmee de Slag bij Passendale (1917) wordt herdacht. Ik zeg toe om in Cardiff over Gustave van de Woestyne een zijn Welshe avontuur te spreken.


Links rijden, links schakelen

Maandag 6 november, 11 uur. Net geland in Manchester Airport. Mijn eerste uitdaging: de huurwagen ophalen. Ik stap aan de verkeerde kant in. Het stuur staat hier rechts en het wordt links rijden en links schakelen. Ik heb zweethanden. Bijna ram ik op de parking met mijn linkerflank een rij auto’s. Dit zijn we echt niet gewoon. De eerste keer dat ik moet schakelen, tast ik met mijn rechterhand in het duister. Daar is geen pook, daar is niets. Schoorvoetend waag ik mij op de Ringway Road. Gelukkig kom ik bijna onmiddellijk op de snelweg. Daar is het overzichtelijk en ruim. Daar kan ik in vijfde versnelling blijven rijden (ik ontdek de volgende dag pas dat ik zes versnellingen heb).

Tŷ Newydd en de geest van Lloyd George

Twee uur later tuf ik langs smalle landwegen richting Criccieth. Eindelijk een pijl: Llanistumdwy. Ik ben bijna waar ik moet zijn. Mijn gps kent Tŷ Newydd niet, Google Maps is slimmer. Tegen half twee kom ik de lange oprijlaan van het Welsh national writing center opgereden. Twee eekhoorns verwelkomen mij met enthousiaste buitelingen. Mijn residentie kan beginnen.

Ty Newydd, het huis van David Lloyd George

Tŷ Newydd is Welsh voor ‘het nieuwe huis’. Nieuw is behoorlijk relatief. Het hoofdgebouw werd in de 15de eeuw opgetrokken. In de jaren 40 van de twintigste eeuw werd de woning gerestyled door de beroemde architect Sir Clough William-Ellis. Opdrachtgever was de legendarische David Lloyd George, die op 26 maart 1945 in dit landhuis overleed. Volgens dorpslegenden spookt hij hier nog rond. Zeker is dat het huis inspirerend werkt voor een hele generatie schrijvers. Sinds de jaren negentig worden hier workshops gegeven. Nu is er ook een plek voor een buitenlandse writer in residence.

Vijf ladies en één Tony

De dames die dit huis runnen, zijn een godsgeschenk voor elke writer in residence. Nog voor ik in Manchester landde, had Mared Roberts, de Community Participation Manager, mijn komst al doorgeseind aan een handvol interessante Welshmen en een paar ontmoetingen voor mij geregeld, zodat ik hier snel van wal kan steken.

Het warme onthaal, de professionele ondersteuning en de grote liefde voor literatuur die ik op Tŷ Newydd ervaar, zorgen ervoor dat ik me meteen thuis voel. En dan is er nog Tony, de onvolprezen kok die bij elke lunch en ieder diner een maaltijd uit zijn potten tovert in drie versies (vlees, veggie en glütenvrij) en aan iedereen met een Brits flegma de spelregels van de keuken uitlegt.

Flanders-Wales symposium in Cardiff

Woensdag 8 november 2017. Ik cruise door het ruige Snowdonia richting Cardiff. Steile klimmen en adembenemende afdalingen tussen heuvels in grasgroene of koperkleurige jassen. Af en toe een llyn, een meer, dat lijkt te blijven duren.

Op woensdagavond organiseren de mensen van Flanders House (Londen) een etentje voor de deelnemers aan het Symposium. Dat is fijn en bovendien erg handig. Ik ontmoet er onder andere Christophe Declercq (KUL-UCL), Rhian Davies (Gregynog Music Festival), Geraint Evans (Welsh Administration) en Ifor ap Glyn (National Poet). Elk van die mensen zal op een of andere manier kleur geven aan mijn verblijf in Wales en mijn research vooruithelpen.

Rhian Davies en Valerius de Saedeleer

Tijdens het symposium zelf hoor ik nog onbekende verhalen over Belgische vluchtelingen in Rhyl, Laugharne en Carmarthenshire en ontmoet ik, dankzij Geraint Evans, diens naamgenoot Peter Evans, een jongeman wiens ouders in Ty’n y Lon wonen, het huis waar Valerius de Saedeleer in de Grote Oorlog meer dan vijf jaar verbleef.

Op het afscheidsdiner van de Vlaamse delegatie in Cardiff is Linda Tomos, National Librarian, mijn tafelgenote. We spreken af dat ik haar in de laatste week van mijn residentie in Aberystwyth kom opzoeken, zodat ik de De Saedeleers uit haar collectie met eigen ogen kan zien.

Op bezoek bij George Minne

Vrijdag, op de terugweg van Cardiff naar Criccieth hou ik halt in Tre Gerddi, de Garden Suburb ofte Tuinwijk van Llanidloes. Daar waren George Minne en Gustave van de Woestyne 3 jaar lang buren. Ze woonden in Tre Gerddi 1 en 3. De nummers zijn veranderd. Hoe vind ik hun huizen terug. Ik beslis om gewoon overal aan te kloppen. Bij het vierde huis is het bingo. ‘This is George Min’s house,’ zegt een kranige dame van 97 jaar. Lora Batsheba Pugh heet ze voluit en haar huis heeft ze Celyn gedoopt, misschien naar het dorpje Capel Celyn dat in de jaren 60 onder water werd gezet om een spaarbekken te creëren voor de watervoorziening van Liverpool. Tot grote woede van de Welshmen.

Lora Batsheba en haar ouders moeten geen grote fans van Minnes werk geweest zijn. Zijn muurtekeningen zijn verstopt achter lagen behangselpapier. Wel heeft ze een hele doos documentatie bewaard en ik krijg een fotokopie van een brief van Marie Gevaert-Minne van haar mee, met herinneringen aan de tijd in Llanidloes.

Caernarfon, schrijversstad

Op zaterdagmiddag 11 november 2017 word ik in Caernarfon verwacht. In het cultuurcentrum Galeri gaan de National Poet, Ifor ap Glyn, en ikzelf gedichten voorlezen. Ifor heeft me aangeraden mijn werk in het Nederlands te brengen. De Engelse vertalingen heeft hij keurig op een A4 gezet en geprint. Zelf leest hij in het Welsh voor. Na afloop merk ik dat hij mij goed geadviseerd heeft. Het publiek weet die Nederlandse klankenstroom te waarderen. Twee dames blijken onze taal zelfs machtig te zijn. Ifor is een voortreffelijke gastheer die mij nog een hele avond lang op sleeptouw neemt.

Caernarfon, stad van Ifor ap Glyn en Patrick McGuinness

Precies een week later loop ik boekhandel Palas Print in Caernarfon binnen. De boekhandelaar, Eirian James, is een en al behulpzaamheid. Plots trekt ze me aan de mouw. Er is een schrijver in de winkel die ik moet leren kennen. Een Belg nog wel. Ik sta oog in oog met Patrick McGuinness, afkomstig van Bouillon, lecturer in Oxford en inwoner van Caernarfon. We spreken af om een keer samen te gaan lunchen. Bij de fish & chips in een lokale pub vertelt hij over zijn nieuwe roman die zich onder andere in Oostende zal afspelen. In de Koningin der Badsteden wil ik hem graag rondleiden. Ondertussen las ik zijn Other Peoples Countries, ontroerende, scherpzinnige en herkenbare herinneringen aan Bouillon. Jarenlang ging ik daar in de buurt op vakantie. Patrick raadt me aan om de Belgian Promenade in Menia Bridge te gaan bekijken. Die werd in 1916 door Belgische vluchtelingen aangelegd uit dank voor de gastvrijheid die ze in Wales hadden genoten. Ik vraag me af welke promenade ik in Wales kan aanleggen, want ook ik heb hier al veel gastvrijheid ervaren.

De kracht van sterke verhalen

Beddgelert, een dorp met een sterk verhaal

Liefelijk of woest? Nee het gaat niet om de mannen en vrouwen van Wales, maar om de landschappen. Snowdonia telt spiegelende meren en liefelijke valleien, maar ook ruig gebergte en sombere, knoestige leisteengroeven. Al die contrasten kruisen je pad als je via Porthmadog en Beddgelert naar Lynn Gwynant en Llanberis rijdt. Aan de voet van de Snowdon besef je hoe nietig je zelf bent. Zo’n rondrit is onontbeerlijk voor iemand als ik, die straks de landschappen, rivieren, meren, dorpen, huizen, kerken, stenen, straten, treinen van Wales wil beschrijven in een roman.

Even stilstaan bij Beddgelert. Die plek moet je je voorstellen als de combinatie van een Ardeens dorp op smaak gebracht met een flinke scheut Britse charme. Beddgelert bewijst de kracht van verhalen. Het dorp dankt zijn faam aan de legendarische hond Gelert, een dier dat wellicht nooit heeft bestaan, maar door de handige hotelier van The Royal Goat Hotel werd verzonnen. De mythe gaat dat prins Llywelyn the Great op jacht ging en de zorg voor zijn baby-zoontje overliet aan zijn trouwe viervoeter Gelert. Toen hij thuiskwam, vond hij het wiegje leeg. De vacht van de hond zat vol bloed. Woedend stak Llywelyn zijn hond dood en toen… hoorde hij een baby huilen. Hij ontdekte dat de baby levend en wel was en dat er in de hoek van de kamer een dode wolf lag. Berouwvol en triest begroef hij zijn hond aan de oever van de rivier. Die legende sprak zo tot de verbeelding dat het dorpje sinds de 19de eeuw een stroom toeristen trekt. De hotelier werd schatrijk. Het hotel bestaat nog, het hondengraf ook en de mythe leeft voort.

Frivoliteit aan het estuarium

De dichter R.S. Thomas, geschilderd door Kyffin Williams

Is er ook frivoliteit in Wales? Jazeker. Ik vind ze bijvoorbeeld in de dichter R.S. Thomas, de vicar van de St Hywynkerk in Aberdaron, een kerk die evenveel van de zee is als van het land. Zelf was Thomas ook niet voor een gat te vangen: dichter, vogelspotter, brompot en priester die meer en meer taan het bestaan van God twijfelde. Frivoliteit vind ik ook in de excentrieke architect Bertram Clough William-Ellis, die een Italiaans stadje creëerde in een estuarium in Noord-Wales. Hij wou bewijzen dat het bebouwen van een natuurlijk mooie locatie geen afbreuk doet aan de schoonheid ervan. Die locatie is Portmeirion, op zo’n 10 mijl van Tŷ Newydd. Eerst verbouwde hij er een vervallen landhuis tot een luxehotel en met de opbrengst daarvan realiseerde hij zijn wildste architecturale dromen. Tussen 1925 en 1939 bouwde hij voornamelijk in arts-and-craftsstijl.

Portmeirion, de Riviera in het noorden van Wales

Na de Tweede Wereldoorlog schakelde hij over op Neoclassicisme. Je waant je aan de Riviera terwijl je loopt door het decor van de in de jaren zestig immens populaire Britse tv-serie The Prisoner. Er is een hondenkerkhof (zoiets kunnen alleen Britten verzinnen), een arboretum met eucalyptusbomen, monkey puzzle trees en zelfs een reusachtige sequoia, bevolkt met stoutmoedige roodborstjes en schichtige eekhoorns, een verrukkelijke Chinese vijver en een riviermonding die bij eb in een reusachtig zandstrand verandert.

Aberystwyth, waar Vlamingen thuis zijn

Een van de laatste pleisterplaatsen in mijn eenentwintigdaagse veldtocht door Wales is Aberystwyth. Het is de stad van de gezusters Gwendoline en Margaret Davies, schatrijke dames met een passie voor kunst, die de Belgische artiesten-vluchtelingen (De Saedeleer, Minne, Van de Woestyne,…) in 1914 naar Wales lokten en hen kost- en inwoning verschaften in de hoop dat ze het culturele leven nieuwe impulsen zouden geven. Die hoop is niet helemaal uitgekomen. De Belgen hadden te veel andere zorgen of ze verkozen – zoals Gustave van de Woestyne – als het eropaan kwam Londen boven Wales.

Gregynog Hall, vanaf 1920 het huis van de Davies sisters

Rhian Davies, artistiek directeur van het Gregynog Muziekfestival, neemt mij in haar thuisstad Aberystwyth en omgeving op sleeptouw. Ze heeft een programma voor mij uitgewerkt zoals alleen een festivaldirecteur dat kan. Drie dagen lang reizen we van het ene dorp naar het andere en van de ene bijzondere ontmoeting naar de andere. Volgens een strikt tijdschema.

Landhuizendag

Woensdag 22 november 2017 is landhuizendag. Om 10 uur word ik verwacht in Gregynog Hall, het imposante wit-zwarte landhuis dat de Davies sisters in 1920 kochten om er arts-and-crafts- en een muziekcentrum van te maken. De bibliothecaresse vertelt hoe dit initiatief in verband gebracht kan worden met de Vlaamse vluchtelingen (schilders en muzikanten). Trots laat ze twee knappe werken van De Saedeleer zien en tekeningen van Minne die hier als zeldzame schatten gekoesterd worden.

Plas Dinam in Llandinam

Na de middag gaan we eerst een kijkje nemen in Plas Dinam, het landhuis van Lord Davies, de broer van Gwendolyn en Margaret, in Llandinam. In dit huis verbleven Gustave van de Woestyne en zijn gezin, toen zijn vrouw Prudence in februari 1915 beviel van haar vijfde kind, David George van de Woestyne. Vervolgens rijden we naar Broneirion, eveneens in Llandinam. Hier woonde de grootvader van de Davies zusjes, de man die in de tweede helft van de negentiende eeuw met spoorwegen en koolmijnen fortuin had verzameld. We sluiten de Daviesdag af met een bezoek aan de town hall van Llandinam en een typische chapel in Bow Street. De Belgische muzikanten-vluchtelingen Eugène Guillaume en Nicolas Laoureux gaven er tijdens WOI een concert. Zelf treed ik die avond ook nog op, tijdens een internationale poetry reading bij kaarslicht in Aberystwyth.

Mushaira, a celebration of world poetry by candlelight, organised by the Indian poet Mohini Gupta, Aberystwyth, 22 November 2017

Bijzondere ontmoetingen

Donderdag 23 november wordt de dag van de interessante ontmoetingen. ’s Ochtends ga ik op bezoek bij Linda Tomos, de baas van de National Library of Wales. Ik krijg er prachtige De Saedeleers te zien en een ‘sneakpreview’ van een aantal interessante collecties van de National Library. Zo ontdek ik het werk van Kyffin Williams, de grote twintigste-eeuwse schilder van het Welshe landschap en dat van Josef Herman, dat me soms aan dat van Frits van de Berghe doet denken. Na een lunch met Dr. Heather Williams en Dr. Rita Singer van het European Travellers to Wales Project, rijden Rhian en ik naar Cwm Rheidol, waar Peter Lord op ons wacht. Hij is dé autoriteit op het gebied van Welshe kunst. Aan de hand van zijn uitgebreide privécollectie en van zijn boek The Tradition: A new History of Welsh Art leidt hij mij binnen in een nieuwe wereld. Lord blijkt ook een fan van Belgische schilders, o.a. van Eugène Laermans, die met zijn ‘Landverhuizers’ een grote invloed gehad zou hebben op onder andere Evan Walters. In de vooravond zijn we terug in Aberystwyth voor de opening van Peter Davies tentoonstelling Peregrination. Tegen de muur hangt een werk dat in Peter Lord’s boek als iconisch wordt gecatalogeerd! Check! We sluiten de dag af met een diner met Professor Moira Vincentelli, de eerste onderzoeker die zich in de Belgische vluchtelingen-kunstenaars in Wales heeft verdiept.

De Saedeleer

Ty’n y Lon in Rhydyfelin, het huis van Valerius de Saedeleer

Vrijdag 24 november. Professor Robert Meyrick van de Aberystwyth University School of Art laat mij de twee schilderijen van Valerius de Saedeleer zien, een winterlandschap en landschap met een windmolen. Waarschijnlijk heeft hij De Saedeleer ze allebei geschilderd in de buurt van Rhydyfelin, het gehucht waar hij eind 1914 het huis Ty’n y Lon (huis aan de weg) ging bewonen. Dat huis ga ik vandaag met eigen ogen bekijken. Wanneer we er aankomen, staat de huidige eigenaar, Anthony Evans, ons al op te wachten. Een schat van een man die ons trots zijn hele woning van beneden tot boven laat zien en ons ook een paar interessante archiefstukken presenteert. Vreemd om in de kamer te staan die honderd jaar geleden De Saedeleers atelier was. Het valt me op hoe ruim dit huis met zijn vijf slaapkamers wel is en hoe idyllisch het daar ligt vlak naast de rivier, de Ystwyth. De Saedeleer was hier echt met zijn gat in de boter gevallen. Een kilometertje moest hij lopen om in het naburige dorp, Llanfarian, de trein naar de stad Aberystwyth te nemen. Niet verwonderlijk dat hij zich van de drie Vlaamse kunstenaars het best in Wales thuis heeft gevoeld.

We rijden door naar een dorpje dat als een verborgen parel diep in een vallei tussen hoge heggen en leistenen muurtjes ligt: Llanfihangel-y-Creuddyn. Daar gaan we een retabel van het Laatste Avondmaal bekijken dat de Vlaamse kunstenaar Jules Bernaerts in 1919, vlak voor zijn terugkeer naar België, sculpteerde in opdracht van een plaatselijke mecenas. Voor het gezicht van Jezus en zijn apostelen inspireerde hij zich op mensen die hij in de straten van Aberystwyth had ontmoet. Merkwaardig aan het retabel is dat het hoofd van Judas ‘afneembaar’ is.

Tussen kuddes schapen die langs de weg naar verse weiden draven en door slimme honden worden gestuurd, keren we naar Abyerystwyth terug om er nog The Old College (King Street) en de Alexandra Hall te bezoeken. In dat meisjespension exposeerde De Saedeleer tijdens de oorlogsjaren twee keer.

17 Queen’s Terrace, Aberystwyth

Mijn laatste reisdoel is 45 Portland Street en 17 Queen’s Terrace. Dat zijn de huizen waar Minne en Van de Woestijne tijdelijk hebben gewoond. Ze blijken bij elkaar in de buurt te liggen.

Nadat ik bij aan pier van Aberystwyth bij ondergaande zon een wonderbaarlijk spreeuwenballet heb bewonderd, keer ik in het donker naar Tŷ Newydd terug.

Wales is voor mij een geweldig avontuur geweest. Het is een mythische plek die vol verhalen hangt die schreeuwen om verteld te worden. Een van die verhalen wil ik graag voor mijn rekening nemen.

Nog geen reacties.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *