Sign up with your email address to be the first to know about new products, VIP offers, blog features & more.

Samen eenzaam begraven

Posted on 0

Eenzame uitvaart 111 en 112.

Een gouden echtpaar? Hij 84, zij 93. Samen dood aangetroffen op hun appartement. Zijn ze gelijktijdig uit het leven gestapt? Samen thuis, samen uit? Uit de lijkschouwing blijkt dat hij acht dagen eerder is gegaan dan zij. De jongste eerst. Ja, in haar ogen moet hij nog een jonkie zijn geweest. Toen hij naar de kleuterklas mocht, ging zij naar het middelbaar. Hoe leerden ze elkaar kennen? Op de rups, het reuzenrad, de wereldtentoonstelling? Wat had zij dat ze het hart van een negen jaar jongere man kon veroveren? Was ze beeldschoon? Was ze intens? Waren het haar ogen? Zocht hij een moeder? Wou zij een sloef? Iemand die ze met al haar moederlijkheid koesteren kon? Is hij er stilletjes tussenuit geknepen of is hij strijdend ten onder gegaan? Hoe is hun leven geweest? Hoe waren de laatste jaren? Wat is er in die laatste acht dagen gebeurd? Is zij gestorven van verdriet? Of gewoon van honger of dorst? Was ze dement of verlamd en geraakte ze niet meer in de winkel of bij de koelkast? Een ding is zeker: behalve mekaar hadden ze niemand. Niemand die hem kon redden, niemand die haar kon troosten. Niemand die iemand een hand op de schouder legde. Niemand die iemand de ogen sloot. Niemand. Een eenzame uitvaart dus. Eenzame uitvaart van een gouden paar. Twee mannen in een zwart pak buigen zich over de strooiweide. Een soort ballet haast, een synchrone dans. De een verstrooit een vrouw, de ander een man. Grijze asse. De dood wist alle verschillen uit. De wind waait, de asse danst en wervelt door elkaar. Zo zijn ze arm in arm weggegaan. Op een hersfstdag, wandelend over een tapijt van gele en rode bladeren. In het vederlicht van een late herfstzon. Het gras heeft hen gekust met duizend lippen. Ze zijn veilig aan de overkant geraakt.

 

GOUDEN PAAR

Dat hij het eerst en dat jij dan zo snel daarna.
Na al die jaren samen kon jij niet langer

dan een week je honger aan. Dat hij jou niet,
nee, dat begreep je niet. Hoe is dat te verstaan?

Hoe zou hij ooit op reis? Hoe kwam hij ergens aan?
Hoe vaart een schip zonder kompas, een winter

zonder winterjas? De wind dekt hem nu toe
met jou, zoals de bladeren het najaar.

Het gras van al die zomerdagen samen nog altijd
even zacht, ontvankelijk en buigzaam.

De lucht nog even vochtig als lippen
die elkaar bedansen in het donker.

Straks komt de zon voorbij. Met vederlicht
bestrijken zal zij het gouden paar.

Peter Theunynck

Nog geen reacties.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *