Sign up with your email address to be the first to know about new products, VIP offers, blog features & more.

Käthe Kollwitz in Vlaanderen

Posted on 0
62489_ca_object_representations_media_3953_web_detail

© Lukasweb.be

Op het Duits kerkhof van Vladslo staat een van de mooiste beeldengroepen die ik ken: Treurend Ouderpaar. Die groep is ontworpen door de Duitse tekenares, beeldhouwster en pacifiste Käthe Kollwitz.

Oorspronkelijk stonden de beelden op een piepklein Duits kerkhof ‘Friedhof Roggeveld’, tussen Zarren en Esen, waar Käthe Kollwitz’ zoon Peter werd begraven, toen hij na amper twee dagen strijd al sneuvelde (in de nacht van 22 op 23 oktober 1914).

Toen er in Vladslo een groot Duits kerkhof werd aangelegd verhuisden de beelden. Nog steeds treuren een vader en moeder in steen (Käthe en haar man) over hun zoon Peter en over alle andere jongens die in de oorlog stierven. De beeldengroep is een aangrijpende aanklacht tegen de oorlog en een luide schreeuw om vrede en vreedzame oplossingen. Kollwitz vond dat je nooit mensen kon opofferen voor grondgebied. De beeldengroep is razend actueel.

Ik schreef er een lang gedicht over. Je kunt het hieronder lezen. Wil je het graag downloaden? Onderaan vind je een link.

KÄTHE KOLLWITZ’ LAMENTO VOOR PETER

Hoe verschillend de jaren.
Het ene bladstil, een zomerdag haast.
Het andere kan zich niet luid genoeg haasten.
Er zijn er die vechten, er zijn er die paren.
Jij ontwaakte in het jaar van de wapens.
Het ploegde de held in je boven: geharnast
in taal. Het lied van de Hades hoorde je niet.

Ik wilde je winnen voor vrede.
Je haakte naar harde bevelen.
Ik liet je een moederhart voelen.
Je hoorde het vaderland roepen.
Ik schetste het lot van Achilles in Troje.
Je waande je Zeus daar bij de Cyclopen.

We omhelsden met loodzware armen.
Stopten een schaakbord in je bagage.
Stuurden van Goethe de Faust met je mee.
We bleven maar zwaaien. Men scheurde je lachend uit ons.
Jij hoorde ons niet. Alleen nog de stem van je keizer.
Wij hoorden jou niet. Alleen een geroffel vanbinnen.
Voor ons was het wachten een donkere kamer.

De zomer van 14 kneedde zijn doders uit olijke jongens.
Een goederentrein – spoorwegen weten wat mensen niet weten –
bracht je zingende infanterieregiment naar de plaats
waar ze trappelden om de velden van eer ter betreden.

Twee dagen volstonden voor jou om te sterven.
Twee dagen van hoog in de wolken tot onder de grond.
Kogels omkransten je hoofd. Je kleurde het roggeveld rood.

Mijn brief van 19 oktober keerde een paar dagen later
op zijn stappen terug. ‘Zurück – gefallen’: dat waren de woorden.
Een splinterbom in Berlijn. Een levensgroot gat diep in ons.

Uit mijn hoofd groeiden takken, mijn mond was een schildpad.
Mijn hart een land onder water. Er was niets
om de vloed te bedwingen. Ik kroop naar mijn hoogste etage.

Een pen. Soms bevat ze alles wat zich ooit wilde schrijven.
Soms zijn de lijnen er al. Ze wachten alleen op de hand die ze trekt.
Ze wachten op maagdelijk wit om haarfijn hun jawoord te geven.

Op mijn blad kwam verbogen de lijn van de vallende
vrouw. De moeder die hangt naar de kuil
die haar koude zoon heeft beslapen. Ver van haar bed.
Op mijn blad kwam horizontaal de taal van de zwijger,
de vader, de armen gekruist om alles wat borrelt en bruist
in dat brekende lijf binnen te houden.

Verdriet werd gezaagd uit het holst van de berg.
Verdriet werd verscheept in reusachtige brokken graniet.
Rhades hakte de vader uit zijn hardnekkige gietvorm.
Dietrich baarde de moeder uit haar versteende baarmoeder.

Toen ging ik op zoek naar mijn kind dat klei was geworden.
Je lag tussen Zarren en Esen. De ingang was maar een gat
in de haag. De graven waren maar heuvels dicht op elkaar,
bedekt met een mantel van rozen. Op een van de kruisen
vond ik de naam die jij ooit van ons had gekregen, Peter.

Daar bracht ik je vader en moeder, opgetrokken uit treuren.
Ze kunnen nu iedere dag naar je kijken. Ze zijn sterk genoeg
om verdriet van andere ouders op hun schouders te nemen.

Ik werd grijs voor mijn tijd. Mijn hart is geweven
uit littekenweefsel, mijn bloedende hand niet te stelpen.
Mijn bloed spreekt van moeder tot moeder: giet was
in het oor van uw kind, laat het niet uit sterven gaan
voor keizer en vaderland. Want wat is heilige grond
met zonen diep onder de zoden.

© Peter Theunynck

link:

Käthe Kollwitz1

Nog geen reacties.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *