Sign up with your email address to be the first to know about new products, VIP offers, blog features & more.

Lies Van Gasse presenteert ‘Wenteling’

Posted on 0

Van Gasse - Wenteling

Ik bedacht dat zelfs de grootste vissen
pijn zuigen, dat het zachtste land bevaarbaar is.

Ik bedacht dat waar de eindes elkaar raken,
niets nog wat wil zeggen.

Wenteling heet de nieuwste bundel van Lies Van Gasse. Het is haar vierde of vijfde (afhankelijk van het feit of je Waterdicht al dan niet meetelt). En in september komt Hauser er al aan, een boek dat ze samen met Annemarie Estor heeft gemaakt. Productieve dame, die Lies.

Vandaag concentreren we ons op Wenteling. Pas verschenen bij Wereldbibliotheek.

Een wenteling is een ‘draaiing, kering’ of een ‘keer dat iets wentelt’, aldus Van Dale.

‘Zich wentelen om’, is ‘zich draaiend bewegen’. Hemellichamen wentelen om hun as. ‘Zich wentelen in’, betekent dan weer ‘zich overgeven aan’, ‘genieten van’ of ‘zwelgen in’.

De bundel zou ook ‘Dezelfde dag steeds weer’ kunnen heten, want het gaat over één dag die zich ‘in de geest telkens anders afspeelt’, aldus de dichteres. De ‘personages’ bevinden zich in een soort kolk of een impasse. Ze zitten vast in hun heden. Van Gasse formuleert dat prangend in ‘Wenteling XXXII’:

Er was een wand om op te botsen,
maar die zat vast en diep vanbinnen
en hoe vaak ik mij ook draaide,

ik kon niet voorwaarts.

Er is een wand waarop wij botsen,
maar die verheft zich diep in ons
en hoe vaak wij ons ook keren,

we kunnen niet terug.

Ik wil graag 5 vaststellingen met u delen.

1. Vaststelling 1: Lies Van Gasse houdt van circulaire structuren.

Al in haar eerste bundel duiken ze op. Hetzelfde gedicht steeds weer, luidt de titel van haar debuutbundel. ‘Steeds weer gaan deze gedichten over het zelfde, over de liefde met haar aantrekking en afstoting, met haar eb en vloed, met haar nabijheid en haar afstand en met de melancholie om het verlies’, schreef Hedwig Speliers in Poëziekrant.

Ook Sylvia vertoont een circulaire structuur. De mannelijke en vrouwelijke protagonist maken er elk hun eigen innerlijke reis en lijken uiteindelijk weer bij elkaar uit te komen. Een circulaire beweging die tegelijk ook een verdieping van de relatie betekent. Net zoals een boormachine cirkels maakt en tegelijk uitdiept.

Wie Brak de waterdrager, het derde boek van Lies, aandachtig leest, zal eveneens op cirkels botsen. De cycli ‘Dans’ en ‘Maelstroom’, twee titels die op zich al naar cirkelvormige bewegingen refereren, zitten gevat tussen de cycli ‘Doorbraak’ en ‘Braak’, waardoor einde en begin elkaar weer raken. Cirkels dus. Ze doen mij aan T.S. Eliots ‘In my beginning is my end’ denken. En ook aan zijn verzen ‘Time past and time future/ What might have been and what has been/ Point to one end, which is always present.’

Met Wenteling voegt ze een nieuwe oefening in cirkelvormige bewegingen toe. Elk van de gedichten is een wenteling. 33 zijn het er in totaal. 33 wentelingen of 33 toeren. Zou het ook naar de vroegere LP verwijzen? In elk geval is Wenteling een muzikale bundel., een bundel vol taalmuziek, cirkelend rond de grote vragen over liefde en haat, leven en dood.

2. Vaststelling 2: Lies van Gasse is geen dichter van afzonderlijke gedichten. Ze bouwt bundels, ze is sterk in het componeren van grotere gehelen.

Was haar eerste bundel nog samengesteld uit losse gedichten, dan werkt ze vanaf Sylvia systematisch aan gehelen die een sterke samenhang vertonen.
Over Wenteling zegt de dichteres zelf: ‘Het is een bundel als een muziekstuk, waarin dezelfde thema’s tot een compositie gebouwd worden, met hier en daar fijne improvisaties, variaties.’
Dat Wenteling 33 gedichten telt, is zeker geen toeval. Van Gasse is niet de dichteres die dat soort zaken aan het toeval zou overlaten. 33 is een getal dat op een zekere volmaaktheid wijst. Het referereert naar de 33 levensjaren van Christus, naar de 33 wervels in de menselijke ruggengraat en de 33 toeren van een langspeler. In de occulte wetenschap van de numerologie is 33 een meestergetal. 33 wentelingen dus. In Dante’s Divina Commedia worden ‘Hel’, ‘Louteringsberg’ en ‘Paradijs’ elk in 33 canto’s ofte zangen beschreven. Zou dat toeval zijn?

3. Vaststelling 3: Lies van Gasse is geen vrolijke dichteres. Ze schrijft meestal donkere poëzie, een grimmig universum met veel strijd en verlies.

‘Weer/ moet ik door mijn verdriet/ als door een sluis.’, schrijft ze al in ‘Wenteling I’.
‘Er valt niets te verkrachten,/ want we zijn alleen pijn’, lees ik in ‘Wenteling VI’.
‘We brullen naar de hand/ die ons gloeiend onder trekt’, meldt ‘Wenteling VII’.
‘We vochten tot bloedens toe,/ maar opgave was onvermijdelijk’, aldus ‘Wenteling VIII’.
‘Ik heb uw kussen uit het raam gegooid./ U kan het komen halen.’ klinkt het cynisch in ‘Wenteling IX’.
‘Het verlies is groot,/ maar ik zal lang en hard om me heen slaan.’ zegt ze in ‘Wenteling XXVII’.
Deze bundel is het relaas van een strijd: de heroïsche strijd van een u en een ik, een man en een vrouw, een verbeten strijd om het bestaan, de innerlijke strijd van iemand die zijn/haar demonen wil bedwingen en daar vaak niet in slaagt, de strijd ook van de dichter met z’n materiaal:

Ze verkoos het blad
maar kon in het donker de pen niet vinden.

Af en toe dringt er toch een sprankel licht binnen in dit duistere universum en wordt er een hoopvol perspectief geformuleerd. In ‘Wenteling XVIII’ klinkt dat zo:

Ik wil vrij zijn binnenin,
ook deze nacht
en ademen, opnieuw beginnen.

Doet dat bij u ook een belletje rinkelen? Komt u dat ergens bekend voor?

In deze bundel zitten een aantal duidelijke knipogen naar Paul van Ostaijens boek De Feesten van Angst en Pijn. Ook niet meteen een vrolijke titel. Zijn gedicht ‘Vers 4’ besluit Van Ostaijen met ‘Wat./ ik wil: ademen/ ik wil een vis zijn’. En het gedicht ‘Vers 6’ eindigt met ‘Ik wil bloot zijn/ en beginnen’. Met deze bundel plaats Lies Van Gasse zich in de autonome poëzietraditie die in Vlaanderen werd opgestart door Van Ostaijen.

Lies Van Gasse countert de sombere onderstroom van deze bundel met haar ‘dat’-gedichten. Dat zijn gedichten waarin een kritisch commentaar op de wereld wordt geformuleerd in verwoordingen die sterk aan de volkstaal doen denken. Dat heeft soms een komisch, ironiserend effect, dat de tragiek van de bovenstaande strijd verzacht.

Dat is nog jong.
Het speelt.

Dat wentelt zich over daken
en kantelt avond in nacht.

Dat strikt de veters argeloos, […]

of

Dat is aandachtig.
Als een schaap kijkt het omhoog.

4. Vaststelling 4: Lies Van Gasse is een ‘beeldend’ kunstenaar. Ze is een dichteres van de metafoor.

Al van bij het begin viel het op: Lies Van Gasse, die even vlot pen en penseel hanteert, creëert ook in taal schitterende beelden, die lang op je netvlies gebrand blijven.
Ik had het al over ‘Weer/ moet ik door mijn verdriet/ als door een sluis’. Ziet u het voor u. Haar verdriet is een soort lift die haar optilt. Als het water maar hoog genoeg komt, kan ze overgaan naar een volgend niveau. Schitterend toch.
‘We wankelden op de tong’, is een krachtig beeld voor het probleem om het onzegbare te zeggen.
‘De melk is warm en wakker’. De dode vloestof ‘melk’ krijgt ineens menselijke karaktertrekken toegedicht en gaat helemaal leven.
‘Wij willen zingen zonder anker’. In dit beeld wordt varen zonder anker in relatie gebracht met zingen. Het moet zoiets betekenen als ‘de hoogste tonen’ willen kunnen zingen, of zingen zonder de beperkingen van de menselijke stem.
‘Vensters vinden geen plaats meer in het huis’ is een sterk beeld voor een uitzichtloze situatie. Je hoeft geen enkele moeite te doen. Van elke bladzijde pluk je zo een handvol prachtige, krachtige beelden.

5. Vaststelling 5: Lies Van Gasse is een muzikale dichteres.

Haar poëzie zingt. Altijd zit er een meeslepende cadans in haar verzen, een ritme dat de lezer voortdrijft. De herhalingen maken van haar gedichten zelfs regelrechte incantaties, bezwerende toverformules. Luistert u even mee naar volgend fragment:

We kunnen zacht en gehoorzaam zijn,
we kunnen. We kunnen

stilstaan bij ons eiland, we kunnen
een hele dag naar de grond luisteren.
We kunnen. We kunnen

spreken tegen de plant aan het station
en op de tegels woorden rapen
die ons tegen uitwegen beschutten,
we kunnen. We kunnen

opgaan in het niemandsland
tussen de eerste stap naar buiten
en de herinnering aan wouden.
We kunnen. We kunnen

tellen tot de druppels
hoorbaar op de hoofden vallen,
we kunnen. We kunnen zelfs

licht uit de lampen halen
en zacht in oogleden blazen,
maar we kunnen niet terug.

Hebt u het opzwepende van die herhalingen ook gevoeld. Ze brengen u, de lezer, in een soort trance, in een draaikolk. We tollen de hele tijd rond onze as. Hoe we ook ons best doen, we komen nauwelijks vooruit. En we kunnen niet terug.

Deze bundel gaat op een beeldende, muzikale manier over de condition humaine. Over het gevoel dat we vaak ter plaatse trappelen en slechts moeizaam vooruitkomen, dat we lijden onder onze zwaartekracht, dat we vastliggen aan ankers die ons ervan weerhouden om ons los te zingen.

In deze bundel is het leven een maalstroom, een draaikolk van gebeurtenissen waarop we maar moeilijk vat krijgen. Het heeft iets beklemmends. Wenteling doet mij op een of andere manier denken aan Huis Clos van Sartre, aan mensen die niet met en ook niet zonder elkaar kunnen leven. Ze zitten vast. In de relatie van de ik en de u geldt zeker Sartres devies ‘L’enfer c’est Les Autres’.

Dat beklemmende gevoel wordt in ‘Wenteling XXXIII’ nog eens op scherp gezet:

Deze ochtend, met niets dan gaten in mijn pantser
sta ik weer bij het begin.

Mensen zingen
en rijden voorbij

en ik moet nog iets kapotslaan
voor ik terug kan naar mijn strand.

Grimmig. En toch komt er helemaal aan het eind nog een wending ten goede. Een klein wonder. Een soort deus ex machina.

Het licht viel
In pakken van de daken
en plots wisten we niets meer.

Toen mat ik in uw ogen
slechts de eigen feilbaarheid,

toen las ik in uw liezen
het groeien van een bloem.

Wenteling is een prangende, knap geformuleerde bundel, die ons als lezer met veel vragen achterlaat. Hij intrigeert van de eerste tot de laatste strofe en dwingt ons om te lezen en opnieuw te lezen.

De bundel is een draaiklok, een maalstroom waarin we meegesleurd dreigen te worden of we dat willen of niet. De kracht van de taal van Lies Van Gasse werkt beroezend en verslavend. Ik ben nu al benieuwd naar haar volgende zetten op het poëtische schaakbord van haar oeuvre. Maar voorlopig heb ik met Wenteling nog meer dan de handen vol.

De bundel ligt vanaf eind april 2013 in de boekhandel.

Wilt u de dichteres aan het werk zien? Klik hier.

Nog geen reacties.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *