Sign up with your email address to be the first to know about new products, VIP offers, blog features & more.

Signalement van een interessant dichter…

Posted on 0

Zwerfsteen van Jan Geerts
Een steen in een rivier/ een hermetische luchtbel/ in een hand van water

Op 12 oktober 2012 werd Zwerfsteen van
Jan Geerts voorgesteld in de
Zwarte Panter
in Antwerpen. Ik mocht de bundel inleiden.

Uit mijn toespraak kunt u afleiden dat ik enthousiast was. Jan Geerts (Hoogstraten, 1972) is een heel interessant dichter die tot nog toe
te weinig bekend is. Ik hoop dat daar snel verandering in komt. De Vlaamse Kouwenaar verdient dat.

 

Beste vrienden van de poëzie en van Jan Geerts,

Jan Geerts staat hier vanavond tussen ons in de Zwarte Panter. Kijk hoe hij straalt (een beetje zoals God op de zevende dag). Het product van zijn schepping is af. En hij zag dat het goed was.

Jan Geerts een beetje God? U gelooft mij niet? Ik zal het bewijzen. God is overal. Jan Geerts ook. Of toch op vele plaatsen.

Bij u thuis wellicht. Ook bij mij thuis is hij aanwezig. Daar staat hij tussen Lies van Gasse en Guido Gezelle. Dat heeft het alfabet zo gewild. En daar staat hij eigenlijk ook wel goed.

Hij heeft dat speelse, taalmuzikale, lichtvoetige van Gezelle en tevens dat beeldrijke, melancholische en soms duistere van Lies van Gasse. Hij staat er – in mijn boekenrek – met drie bundels. Straks met vier.

Tussen Gezelle en Van Gasse: tussen een oude man en een jonge vrouw. Tussen verleden en toekomst. Tussen licht en donker. Die tussenpositie ligt hem (of staat hem) goed. Een criticus schreef over zijn eerste bundel Tijdverdriet en andere seizoenen: “Jan Geerts wil het tweepolige beeld aan het wankelen brengen en ruimte creëren voor een middenpositie van waaruit andere, minder categoriserende visies mogelijk worden. Zulke plekken tracht hij op de eerste plaats in de taal te scheppen.”

In mensentaal: Jan Geerts houdt ervan om tegenstellingen: natuur-cultuur, gisteren-morgen, nacht-dag, aarde-lucht, leven-dood,… op te heffen of in twijfel te trekken. Hij denkt niet in zwart-wit, maar eerder in 1000 tinten grijs. Misschien daarom dat de vroege ochtend hem aanspreekt.

Het instrument dat hij gebruikt om muren te slopen en hokjes af te breken, is de paradox,  de schijnbare tegenstrijdigheid, de uitspraak die ongerijmd lijkt, maar bij nader onderzoek waar blijkt te zijn. Houdt u van paradoxen, mevrouw? Dan komt u bij Jan Geerts helemaal aan uw trekken.

De titel van de nieuwe bundel Zwerfsteen is eigenlijk al een paradox. Hebt u een steen al eens zien zwerven? Ik niet. Een steen is een onbezield voorwerp. Dode voorwerpen zwerven niet. Of toch.

Als een mens een steen opraapt en in zijn zak steekt of hem door een ruit keilt, begint een steen plots wel te zwerven. Als het water hem in de rivier meesleurt, zwerft hij ook. Als een gletser een steen, een rots of zelfs een berg wegduwt, begint zelfs die steen, rots of berg te zwerven.  Niets is wat het lijkt. Stenen kunnen dus toch zwerven. Zwerfsteen.

In de titel al wil Jan Geerts schijnbare tegenstellingen opheffen. In zwerfsteen zit iets van blijven en weggaan. Rust en onrust vechten in deze bundel een verbeten strijd uit.

‘[…] waarheen/ jij ook gaat, blijf hier […]’ schrijft hij in een van zijn eerste gedichten in deze bundel (9).

‘eindelijk hebben we de tijd gevonden/ om de dagen te vergeten en te blijven/ daar waar we moeten vertrekken’ (29) schrijft hij even verder.

Het woordje tijd komt in de bundel ook vaak voor. U zult merken dat de dichter vaak poogt om de tikkende tijdbom van de tijd onschadelijk te maken.

Jan Geerts poëzie is een verkeersdrempel. Hij wil ons trager maken. Ons bewuster doen kijken. Hij wil dat we in dit jachtige leven even stilstaan bij de dingen. Dat merk je al, als je naar de inhoudstafel kijkt. ‘Hou je mij voor de gek’, vraagt de gehaaste mens zich af.

De opdracht, die meestal vooraan in een bundel of een boek staat, zet hij helemaal achteraan. Naast een opdracht (hij draagt de bundel op aan zijn geliefde) is het ook een opdracht. Hij stuurt u, lezer, wandelen met een taakje: we moeten “verzinnen wie we zullen zijn”. Daar zijn we nog wel even zoet mee.

Vooraan staan gelukkig wel de gebruiksaanwijzingen. Geen gewone gebruiksaanwijzingen natuurlijk, zoals die u bij uw nieuwe iPhone of gps. Neen, Jan Geerts’ gebruiksaanwijzingen lijken eerder op die van IKEA. Zijn bundel is immers een soort doe-het-zelf-pakket waarmee u straks zelf aan de slag moet.  ‘Vind’, zegt hij, ‘Doe iets’, luidt vervolgens, ‘Kijk’ is de titel van het derde gedicht, ‘Vergeet’ klinkt verder. Nou dat is dan misschien weer niet helemaal IKEA.  Of toch: Vergeet dat wij ú het grootste deel van het werk laten doen of vergeet dat wij de lokale meubelmaker hebben gewurgd,… Bij IKEA valt ook een en ander te vergeten.

Blijven we bij de inhoudstafel. En bij een dichter die ons graag op het verkeerde been zet.

Weet u hoe de titel van cyclus zes luidt: Acht. Logisch toch.

Cyclus 7 is getiteld: Mijn grootste angst was dat men mij voor een hert in het bos zou houden. In die cyclus komen allerlei dieren voor: een kat, een wolf, een merel, een slak, een karper, een buizerd en zelfs pissebedden. Welk dier is in geen velden en wegen te bekennen? U raadt het al: een hert.

En de cyclus met de langste titel is bij Jan Geerts natuurlijk… de kortste cyclus.

Een serie op TV begint vaak met “Wat voorafging”. Jan Geerts vierde cyclus begint met de titel “Wat niet voorafging”.

De voorlaatste cylus is getiteld: “Bij wijze van zwijgen”. Dat is weer eens iets anders dan “Bij wijze van spreken”.

Is dit een gemakkelijke bundel? Nee, niet direct. Is het een moeilijke? Eigenlijk ook weer niet. Hij bevat nauwelijks moeilijke woorden. Het is wel een aandachtige bundel. Een bundel die vraagt om een aandachtige, liefhebbende lezer, die meewerkt met de dichter.

Wie aandachtig leest, zal merken dat Jan Geerts zelden of nooit losse gedichten schrijft, maar verzen die met elkaar in dialoog treden, samenhangen. U zult af en toe een beetje moeten terugbladeren. Het ene gedicht weerspiegelt of ontkent het andere of haakt op een volgend gedicht in.  Zo begint het ene gedicht met ‘wees stil, lispelt hij’ en het andere met ‘zeg iets, zwijgt zij’.  Een gedicht eindigt met ‘van dat alles is niets minder waar’; een ander besluit met: ‘want alles is meer waar dan dit’.

De aandachtige lezer ontdekt voortdurend echo’s in deze bundel. Op p. 22 is er ‘een meisje dat steentjes in haar mond neemt en zingt’,  op p. 32 gaat het over ‘de vanzelfsprekenheid waarop een meisje hem [een steen] opraapt en in haar mond steekt’.

Wie aandachtig leest, zal merken dat Jan Geerts een crack is in het ‘verdichten’: met weinig woorden creëert hij meerdere betekenislagen. Hoe doet hij dat? Door allerlei poëtische technieken te gebruik. Zo zijn er paradoxen. Bijvoorbeeld ‘de wetenschap dat alles blijft / zoals het voorbijgaat’ (?) of ‘Hoe dichter we komen/ hoe verder we weg zijn.’ (24)

Hij creëert ook gelaagdheid met enjambementen (zinnen die lijken te stoppen aan het einde van een versregel, maar eigenlijk doorlopen in de volgende):

‘neem mij, zei ze’: Seks denk je, maar dan lees je verder.

‘neem mij, zei ze, en hou me’ Hij moet haar uitkiezen en bewaren.

‘neem mij, zei ze, en hou me voor waar’ Hij moet haar geloven.

‘neem mij, zei ze, en hou me voor waar geen gedachte bij kan’ Hij moet haar gebruiken voor de momenten waarop denken niet volstaat. Dus toch seks.

Al die betekenissen zingen tegelijk door je hoofd.

Ook door omkeringen of weglatingen laadt hij zijn verzen met extra betekenissen op. Hij schrijft niet ‘terwijl iemand onder een brug in de regen wacht op de laatste bus’, maar wel ‘terwijl onder een brug de regen wacht op de laatste bus’. Het gevolg is dat je de regen ziet wachten, maar dat je tegelijk ook iemand op de bus ziet wachten in de regen.

Hij gebruikt ook graag woordspelingen: ‘Zet de deur open en laat alles toe’. Toelaten kan een synoniem zijn van dichtlaten, maar ook van toestaan. Allebei de betekenissen spelen in dit vers mee.

Hij is ook een meester in metaforen/beelden. Wie zorgvuldig en traag leest zal in Zwerfsteen verwend worden met prachtige beelden:

‘terwijl de zon als een kind/ tegen het venster klatert’ (7)  (synesthesie: vermengen van visuele en auditieve indruk)

‘een ander huis/ waarin een vrouw het warme bad van iemands ogen/ laat vollopen’ (7)

‘de grond die oor je voeten/ openbreekt en bloemen uitspuwt.’ (6)

‘de tijd heeft zijn rolluiken neergelaten’ (12)

‘onze lichamen zijn langzame voertuigen’ (24)

de weg heeft vreemde namen/ maar in de voorruit spreekt/ een vertrouwde stem (24)
(een prachtig beeld voor een gps)

Jan Geerts is een sterke dichter. Ware het niet van het alfabet, ik zou hem in mijn boekenkast tussen Gerrit Kouwenaar, Hans Faverey en Wallace Stevens plaatsen.
Omdat hij naar mijn gevoel nog het meest van al in hun voetsporen treedt.

Ik herken iets van Kouwenaar in hem, omdat hij zo ingewikkeld eenvoudig, zo simpel complex kan zijn. Omwille van zijn vreemde logica. Ik begrijp hem niet altijd, maar dat vind ik niet erg. Ik voel hem aan, weet vaak onbewust wel waar hij naartoe wil.

‘De tijd staat open, het hijgt aan weerszijden/ of avond en donker elkander omarmen, het slaapt / dat het kraakt in de stokoude boomgaard’ schrijft Kouwenaar.

‘er hangen sterren in de wind/ de nacht staat open/ haar hoofd telt/ zoveel vensters dat/ het huis ophoudt’ schrijft Geerts.

Met Hans Faverey deelt hij de liefde voor de paradox, voor de variatietechnieken en de compositie. Faverey componeerde zijn bundels een beetje als muziekstukken. Jan Geerts volgt in zijn spoor en doet dat even voortreffelijk. Beide zijn ook fan van de fantastische Golberg variaties van Bach, heb ik gemerkt.

Aan Wallace Stevens moest ik denken toen ik de humoristische cyclus las, getiteld ‘het belang van een paraplu met grote bloemen erop voor het menselijk denken, althans dat van een dichter, deze dichter.’

Humor en poëzie: geen simpele combinatie. Jan Geerts slaagt erin ons op een ontwapende manier aan het lachen te brengen, zoals Stevens dat bv. doet in zijn reeks ‘The Man with the Blue Guitar’

‘They said, “You have a blue guitar,/ You do not play things as they are.”
The man replied, “Things as they are/ Are changed upon a blue guitar.”

Jan Geerts doet het niet met een blauwe gitaar, maar met een  bebloemde paraplu:

‘als het regent/ en je wandelt buiten/ met een paraplu/ met grote bloemen erop/ dan blijf je lekker droog*/ (* zonder paraplu niet)’

‘als het niet regent/ en je wandelt buiten met een paraplu met grote bloemen erop/ dan blijf je ook droog* (* zonder paraplu ook)’ (p. 39)

Beste toehoorders, graag zou ik u de ontroerende zesde cyclus van deze bundel, getiteld ‘8’ over een meisje van acht en de tijd die voorbijgaat nog voorlezen, omdat hij zo ongelooflijk mooi is. Maar ik ga het niet doen. Misschien doet Jan het wel. Of misschien moet u het gewoon zelf doen, thuis. Dat zal beslist lukken, als u de ‘gebruiksaanwijzingen’ van de dichter volgt.

Om dat te kunnen doen, moet u natuurlijk eerst de bundel kopen. Dat is ook vanuit economisch opzicht sterk aan te bevelen. Zo’n mooie bundel verschijnt niet elke dag. Jan Geerts wil hem bovendien gratis signeren. En als dat nog niet genoeg is, nog een laatste argument:

als het regent/ en u wandelt straks buiten/ onder een gesigneerde zwerfsteen/ dan blijft u lekker droog/ en als het niet regent/ en u wandelt onder een gesigneerde zwerfsteen buiten/ dan blijft u ook droog.

’t Is maar dat u het weet.

PETER THEUNYNCK

Jan Geerts
Zwerfsteen
Uitgeverij P

Nog geen reacties.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *